Radar-testament

Testament met tweetrapsmaking, zonder erfbelasting!

Overlijden is voor de nabestaande partner al verdrietig genoeg. Als je dan ook nog je portemonnee moet omkeren om erfbelasting te betalen, word je pas echt boos.

Nu is er de oplossing: een testament zonder erfbelasting! Vader benoemt moeder tot enig erfgename: vrijstelling successie / erfbelasting is voor de langstlevende partner maar liefst €.600.000. Vrijwel geen enkele partner komt daar aan toe. De kinderen erven dus niets uit de eerste nalatenschap; zij hoeven dus ook geen erfbelasting te betalen.

Wel bepaalt vader dat, als moeder overlijdt, de kinderen alsnog de nalatenschap van vader zullen erven; dit heet de 2-trapsmaking.

Moeder was immers de 1e trap en de kinderen zijn de 2e trap. Vader heeft zijn deel aan moeder gegeven onder de voorwaarde dat zij leeft; als moeder overlijdt, vervalt haar verkrijging en erven de kinderen (2e trap) alsnog. Omdat vader pas bij overlijden van moeder "zijn" deel, of wat daarvan bij het overlijden van moeder nog van over is, aan zijn kinderen nalaat, betalen de kinderen dus pas erfbelasting nadat ook moeder is overleden.

Als een kind meer erft, neemt het percentage erfbelasting toe. Sinds 1 januari 2010 wordt over de eerste schijf van €.118.000 tien procent (10%) belasting gerekend en daarboven zelfs 20%. De constructie zit er dus in dat de kinderen niet alleen uit de tweede nalatenschap erven, maar uit de twee afzonderlijke nalatenschappen, waarbij het betaalmoment van de erfbelasting volledig verlegd wordt naar het tweede overlijden. De portemonnee hoeft dus niet te worden leeg geschud als de eerste ouder overlijdt!

Maak snel een afspraak met de notaris, ook als u al een testament heeft.

De fiscus claimt anders direct erfbelasting na het overlijden van de eerst-overledene en dat gaat meteen ten koste van de portemonee van de langstlevende, want die moet de erfbelasting voor de kinderen betalen.

Kortom, kies voor uitstel van heffing en houdt uw vermogen voor de langstlevende.

Versterf-erfrecht
Het versterf erfrecht kent 4 groepen die achtereenvolgens erfgenaam kunnen zijn. Is er niemand in de eerste groep, dan erft de volgende groep enzovoorts. De groepen zijn achtereenvolgens:
1. de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot of echtgenote, hun kinderen en kleinkinderen.
2. ouders van de erflater, tezamen met diens broers en zusters, ooms en tantes, neven en nichten.
3. grootouders, oudooms en oudtantes, achterneven en -nichten.
4. overgrootouders.

Plaatsvervulling
Het kan zijn dat een erfgenaam eerder overlijdt dan de erflater. Indien die overleden erfgenaam zelf weer kinderen heeft, erven zij van de erflater. Dit wordt "plaatsvervulling" genoemd. Plaatsvervulling gaat door tot in de 6e graad. Belangrijk om te weten is dat "schoon"familie niet automatisch voor erven of plaatsvervulling in aanmerking komt. Hiervoor dient u een voorziening te treffen in een testament.
Belangrijke aandachtspunten in het nieuwe erfrecht.
1. de langstlevende echtgenoot kan "ongestoord voortleven";
2. de kinderen erven een vordering op de langstlevende ter grootte van hun erfdeel; deze vordering is in beginsel pas opeisbaar ingeval van overlijden of faillissement van de langstlevende echtgenoot;
3. de kinderen krijgen in het nieuwe erfrecht zogenaamde "wilsrechten"; hiermee kunnen ze voorkomen dat bepaalde -waardevolle- goederen terechtkomen bij de nieuwe echtgenoot van de langstlevende ouder en zo vervolgens bij diens (stief)familie;
4. de langstlevende moet de schulden, waaronder de successierechten, van de nalatenschap voldoen.

Langstlevende echtgenoot
Indien er geen testament door de erflater is opgemaakt geldt de nieuwe regeling. In hoofdlijnen komt deze op het volgende neer.
De langstlevende echtgenoot en de kinderen zijn erfgenamen van de langstlevende ouder. Zij krijgen ieder een gelijk deel van de erfenis. Om de langstlevende echtgenoot nu toch verzorgd achter te laten wordt de nalatenschap volledig toebedeeld aan de langstlevende echtgenoot. De langstlevende echtgenoot moet ook alle schulden van de nalatenschap voldoen. De kinderen krijgen hun erfdeel in de vorm van een "vordering" op de langstlevende echtgenoot. De eventuele belasting (successierechten) die de kinderen verschuldigd zijn over hun kindsdeel, moet door de langstlevende ouder worden voorgeschoten. De kinderen krijgen immers geen contanten om deze belasting te voldoen. Wanneer de wettelijke rente (door de wet vastgestelde periodieke rente) meer bedraagt dan 6% moet de langstlevende ouder het meerdere vergoeden aan de kinderen. De kinderen kunnen echter de vordering en de rente in beginsel pas opeisen wanneer de langstlevende echtgenoot komt te overlijden. Deze verdeling wordt de wettelijke verdeling genoemd.
Wanneer de langstlevende ouder deze wettelijke verdeling niet wenst, kan hij of zij binnen drie maanden na het overlijden van de eerststervende ouder de wettelijke verdeling bij een notariële akte ongedaan maken. In dat geval kan de langstlevende echtgenoot samen met de kinderen de nalatenschap op een andere wijze verdelen.
De verzorging van de langstlevende echtgenoot is een van de belangrijkste elementen van het nieuwe erfrecht. Zelfs indien de langstlevende echtgenoot door het testament van de overleden echtgenoot wordt onterfd, heeft de langstlevende een drietal rechten die hem/haar niet kunnen worden ontzegd:
1. de onterfde echtgenoot heeft recht op voortgezet gebruik van de woning en inboedel voor een periode van zes maanden;
2. de onterfde echtgenoot heeft het recht op vruchtgebruik van de woning en de inboedel, voor zover hij/zij dit nodig heeft voor zijn of haar verzorging;
3. als het vruchtgebruik onder 2. niet voldoende is ter verzorging van de onterfde echtgenoot, kan deze de kantonrechter vragen hem/haar een aanvullend vruchtgebruik toe te staan van alle overige goederen van de nalatenschap.

Wilsrechten
Een van de gevolgen van de wettelijke verdeling is dat alle goederen van de nalatenschap terechtkomen bij de langstlevende echtgenoot. Als deze vervolgens overlijdt, erven zijn eigen kinderen. Als dit kinderen zijn uit een eerder huwelijk ontstaat het gevaar dat de goederen uit de nalatenschap van de ouder naar de langstlevende "stief"ouder vererven en daarmee via de stiefouder bij de "stieffamilie" terechtkomen.
Om hun positie in het nieuwe erfrecht te versterken, kunnen kinderen in het nieuwe erfrecht gebruik maken van zgn. "wilsrechten". Als kinderen een wilsrecht inroepen, krijgen zij goederen van de nalatenschap in eigendom ter waarde van de vordering die zij hebben op de langstlevende echtgenoot (een ouder of stiefouder). Echter, al zijn de kinderen nu eigenaar, de langstlevende echtgenoot mag tijdens zijn leven de goederen blijven gebruiken, hij heeft het zgn. "vruchtgebruik" van deze goederen.

Samengevat kunnen in een viertal gevallen de goederen uit de nalatenschap van de overleden ouder toch in eigendom komen bij de kinderen, nl.:
1. bij een voorgenomen huwelijk van de langstlevende ouder: de overdracht van de goederen uit de nalatenschap van de -eerststervende- ouder geschiedt dan onder voorbehoud van een recht van vruchtgebruik ten behoeve van de langstlevende echtgenoot; feitelijke overdracht van roerende zaken hoeft niet daadwerkelijk plaats te vinden;
2. de -hertrouwde- langstlevende ouder overlijdt: hiermee wordt de vordering ontstaan na het overlijden van de eerststervende ouder in de nalatenschap opeisbaar; op dat moment kan het kind gebruik maken van zijn wilsrecht en zijn vordering opeisen bij de nieuwe -tweede- echtgenoot van de langstlevende ouder; feitelijke overdracht van goederen dient dan plaats te vinden;
3. door het overlijden van de -hertrouwde- langstlevende ouder gaan al zijn goederen naar de nieuwe -tweede- echtgenoot. De kinderen kunnen overdracht van goederen die behoren tot de nalatenschap van hun langstlevende ouder verlangen van de tweede echtgenoot, echter onder voorbehoud van het recht van vruchtgebruik ten behoeve van de tweede echtgenoot (zie hiervoor onder 1);
4. ingeval de kinderen hun wilsrecht niet hebben uitgeoefend, kunnen zij de goederen uit de nalatenschap van hun langstlevende ouder alsnog opeisen ingeval van overlijden van de langstlevende -tweede- stiefouder.
NB. Voor alle situaties geldt dat de kinderen zelf, ieder voor zich, kunnen besluiten of zij hun wilsrecht wensen uit te oefenen. Deze wilsrechten verjaren niet.

Uitsluiten, beperken of uitbreiden van wilsrechten
In uw testament kunt u afwijken van de -wettelijke- wilsrechten. U kunt bijvoorbeeld bepalen dat deze wilsrechten worden uitgesloten, beperkt of juist uitgebreid. Worden wilsrechten bij testament uitgesloten, dan zijn dergelijke rechten voor de betrokken kinderen nooit ontstaan.

Legitieme portie
Kinderen hebben op grond van de wet altijd recht op een minimaal wettelijk erfdeel, ook wel de "legitieme portie" genoemd. Zelfs als de kinderen in een testament zijn onterfd, behouden zij hun recht op hun legitieme portie. In het oude erfrecht was de omvang van de legitieme portie afhankelijk van het aantal kinderen. In het nieuwe erfrecht is dit veranderd en bedraagt de legitieme portie altijd de helft van het eigenlijke erfdeel van het kind.
Als een kind zich beroept op zijn legitieme portie, krijgt deze een vordering (geldbedrag) ter grootte van zijn legitieme portie. Het kind heeft vervolgens het recht om deze legitieme portie zes maanden na het overlijden van de ouder op te eisen, maar heeft verder geen enkel recht op de goederen van de nalatenschap. Het kind is géén erfgenaam.
In een testament kan de erflater bepalen dat de legitieme portie eerst opeisbaar is bij het overlijden van de langstlevende ouder of levenspartner, met wie de erflater op grond van een notarieel verleden samenlevingscontract samenwoonde.

Stiefkinderen
Alleen uw eigen kinderen worden volgens de wet als erfgenaam aangewezen. Indien u vermogen wenst na te laten aan de kinderen van uw echtgenoot/echtgenote, dan moet dit vastgelegd worden in een testament. Uw stiefkinderen kunnen als eigen kinderen ook worden betrokken in de wettelijke verdeling. Zij krijgen hierdoor een vordering op de langstlevende echtgenoot ter grootte van hun erfdeel. Laatstgemeld geval dient ook te worden vastgelegd in een testament.

Ongehuwd samenwonenden
Het nieuwe erfrecht biedt nieuwe mogelijkheden voor samenwoners. Samenwoners zijn niet automatisch elkaars erfgenaam, ook niet wanneer zij een samenlevingscontract hebben opgemaakt. Wel kunnen samenwoners, die een notariël samenlevingscontract hebben opgemaakt, bij testament bepalen dat hetgeen de kinderen krachtens erfrecht toekomt niet opeisbaar is tijdens het leven van de langslevende samenwonende partner.
Samenwoners worden voor de Successiewet gelijkgesteld met echtgenoten, tengevolge waarvan zij in aanmerking komen voor de -voor echtgenoten- vastgestelde vrijstelling voor het recht van successie, mits zij voldoen aan de volgende voorwaarden:
- zij moeten in het bezit zijn van een notarieel verleden samenlevingscontract dat tenminste 6 maanden oud is;
- zij moeten samen staan ingeschreven op eenzelfde woonadres bij de registers van de burgerlijke stand;
- zij moeten voor de Inkomstenbelasting hebben gekozen voor het zgn. "fiscaal partnerschap".

Executeur
De afwikkeling van een nalatenschap komt vaak neer op het uitkeren van legaten, opzeggen van abonnementen, ontvangen van betalingen en het beheer van de nagelaten woning. Een erflater kan hiervoor in zijn testament een executeur aanwijzen. In het oude erfrecht hoefden de kinderen de executeur-testamentair niet te accepteren. In het nieuwe erfrecht is dat wel zo. De executeur kan in het nieuwe erfrecht niet meer per codicil benoemd worden.
Het nieuwe erfrecht biedt de mogelijkheid de executeur zeer uitgebreide bevoegdheden te geven, bijvoorbeeld de bevoegdheid om ter betaling van de schulden van de nalatenschap goederen zonder voorafgaand overleg met- of toestemming van de erfgenamen te hebben gehad. Op grond van de wet ontvangt de executeur een beloning voor de verrichte werkzaamheden. Dit bedrag is gesteld op 1% van de waarde van het vermogen ten tijde van het overlijden. Hiervan kan bij testament worden afgeweken.

Bewind
In de praktijk blijkt het niet altijd wenselijk te zijn dat de erfgenamen (bijvoorbeeld de kinderen) direct de beschikking krijgen over het vermogen van de overledene. Om ervoor te zorgen dat de kinderen (of andere erfgenamen) niet de volledige beschikking krijgen over het vermogen, kan in het testament een bewindvoerder worden aangesteld. De bewindvoerder heeft de bevoegdheid te bepalen wat er met het vermogen van de rechthebbende gebeurt. De duur van het bewind wordt vastgelegd in het testament.
Als een kind het erfdeel van zijn ouder onder bewind krijgt en het bewind niet accepteert, kan hij verwerpen en vervolgens aanspraak maken op zijn legitieme portie. Hij krijgt dan een geldvordering die de helft waard is van het erfdeel dat hij onder bewind zou hebben geërfd. Financieel gaat hij er dus op achteruit.
Daarnaast zijn er twee gevallen, waarbij de legitimaris het bewind moet accepteren, nl.:
a) als het kind "ongeschikt" of "onmachtig" is in het eigen beheer te voorzien; en
b) als de erfenis hoofdzakelijk aan schuldeisers van het kind ten goede zou komen.
In deze gevallen betekent het niet-accepteren dat het kind helemaal niets zal krijgen.
De belanghebbende zélf kan de rechter tenslotte ook verzoeken het bewind op te heffen. Dat kan alleen als de erflater vijf jaar of langer dood is en de belanghebbende voorts kan aantonen dat hij/zij zelf het beheer over het vermogen kan voeren.

Schenken
Met de invoering van het nieuwe erfrecht worden ook de nieuwe bepalingen voor schenkingen ingevoerd. De belangrijkste wijziging is dat in de meeste gevallen de vereiste van een notariële akte is afgeschaft. Het opstellen van een notariële akte is dan alleen noodzakelijk wanneer de schenking pas wordt uitgevoerd als de schenker is overleden of wanneer u de schenking onder een aantal voorwaarden doet, bijvoorbeeld een bewindvoering. In de meeste gevallen zal de schenking dus nog steeds bij notariële akte plaatsvinden
.

Heeft u vragen of wilt u meer informatie ontvangen over het nieuwe erfrecht, klik hier.

naar boven